Veel-werelden-interpretatie

Deze tekst is afkomstig uit het boek "Colliding with Christ" (oftewel "Aanvaring met Christus") van R.C. Metcalf. Voor meer informatie, zie www.thinkagain.us.

Veel-werelden-interpretatie
Alexander Vilenkin, schrijver van "Many Worlds in One: The Search for Other Universes" (oftewel "Veel werelden in één: de zoektocht naar andere universa", 2006) merkt op dat “dit voor de meeste natuurkundigen te ver ging. Een enkel abrupt begin van het universum leek op een Goddelijke ingreep, waarvoor in hun denken geen ruimte bestond in de natuurkundige theorie”. Vilenkin zal zelf ook wel zo'n natuurkundige zijn geweest, omdat hij in zijn boek voorstelde dat een oneindig aantal "eilanduniversa" werd gevormd tijdens de inflatie van de oerknal. Onze plaats in die universa is slechts een stip op één van deze eilanden. Ik vind de bewering dat we een oneindig aantal klonen van onszelf hebben in dit uitgestrekte multiversum niet alleen fascinerend, maar ook absurd.

    Een opmerkelijk gevolg van deze nieuwe voorstelling van de werkelijkheid is dat er een oneindig aantal regionen zou bestaan met geschiedenissen die absoluut identiek zijn aan onze eigen geschiedenis. Jawel, beste lezer, een hele schare van je eigen duplicaten leest nu een kopie van dit artikel. Zij leven op planeten die precies als onze aarde zijn, met al haar bergen, steden, bomen en vlinders. Deze aardes bewegen zich in een baan rond perfecte kopieën van onze zon, en elke zon behoort toe aan een groot spiraalvormig sterrenstelsel... een exacte kopie van ons eigen Melkwegstelsel!1

Veel-werelden-interpretatie – Bezwaren
Helaas hebben Vilenkins ideeën de nodige gebreken. Het concept van oneindigheid heeft alleen geldige toepassingen in de wiskunde; het komt niet overeen met werkelijk bestaande werelden. Natuurkundigen zijn zich hiervan bewust. Zij weten dat dit idee geen basis in de werkelijkheid heeft, ook al vinden ze het een bruikbaar wiskundig hulpmiddel. Het renormalisatieproces van de kwantum-electrodynamica ontstond zelfs omdat de wetenschappers zich geen raad wisten met een echte oneindigheid. Tijdens renormalisatie worden oneindigheden omgezet naar rationele getallen.

Vilenkins argumenten zijn gebaseerd op de noodzakelijkheid van een feitelijke oneindigheid. Er zijn daarom voldoende redenen om zijn conclusies in twijfel te trekken. In 1610 observeerde Johannes Kepler dat de nachtelijke hemel feitelijk helder verlicht zou moeten blijven als het universum oneindig zou zijn. In een oneindig universum zou elk gezichtsveld immers uiteindelijk een ster bereiken en omdat helderheid niet afhankelijk is van afstand, zouden we aan de hele hemel altijd sterrenlicht moeten zien. We zouden dan dus een helder verlichte nachthemel moeten zien, maar dat is niet het geval. Dit probleem staat bekend als de "paradox van Olbers". Het is een vernietigende kritiek op het idee van een oneindig universum.

Veel-werelden-interpretatie – De implicaties
Vilenkins model presenteert een multiversum dat zich eeuwig uitzet langs een positieve tijdlijn, maar impliceert geen situatie die altijd eeuwig is geweest. Vilenkin stelt: "De conclusie is dat een eeuwige uitzetting in het verleden zonder een begin onmogelijk is.”2 Maar dit leidt tot een mogelijk filosofisch probleem in de conclusies van Vilenkin. Christelijk filosoof William Lane Craig wijst op het volgende:

    Vilenkin lijkt met betrekking tot de tijd een statische theorie aan te nemen (soms "vierdimensionalisme" of "ruimte-tijd realisme" genoemd). Volgens deze theorie zijn alle ruimte-tijd punten even werkelijk, ongeacht of ze zich in het verleden, heden of toekomst bevinden. Want als een temporele gebeurtenis een objectieve eigenschap van de realiteit is, zoals ik in mijn boek "Tijd en eeuwigheid" (2001) heb uiteengezet, dan is de universele toekomst slechts een potentiële oneindigheid en bestaan toekomstige oerknallen in geen enkel opzicht. Als er een universele golf van gebeurtenissen bestaat, dan bestaat er geen feitelijke oneindige verzameling van oerknallen.3
Wanneer filosofen over de tijd discussiëren, dan erkennen zij de statische tijdstheorie van Vilenkin of de dynamische tijdstheorie van Craig. De statische theorie is een voorstelling waarin het geheel van tijd - verleden, heden en toekomst - gelijkwaardig bestaande entiteiten zijn. De dynamische theorie stelt een tijdsdimensie voor die voortdurend in beweging is van het ene moment naar het andere. Als de dynamische theorie correct is, dan biedt Vilenkins model feitelijk geen oneindig aantal eilanduniversa voor de toekomstige universa. Het idee dat we allemaal identieke klonen van onszelf hebben in oneindige quasi-identieke universa lijdt dan net zozeer onder de afwezigheid van een werkelijke oneindigheid, omdat Vilenkins model een begin vereist. Dit moment van het begin en het huidige moment in de dynamische tijd zijn de grenzen van een eindige tijdsperiode.

Veel-werelden-interpretatie – Gebrekkige logica
Hoewel Vilenkin toegeeft dat er een begin is, heeft zijn verklaring voor dat begin ook gebreken. Vilenkin schrijft:

    Het concept van een universum dat uit het niets ontstaat is verbijsterend. Wat wordt er precies met "niets" bedoeld? Als dit "niets" tot een iets is overgegaan [het tunneleffect], wat was dan de oorzaak die tot deze overgang leidde? De oorspronkelijke toestand vóór deze overgang is helemaal geen universum. Er is geen materie en ruimte in deze zeer uitzonderlijke toestand. En er is ook geen tijd.4
Dat zijn allemaal erg redelijke opmerkingen totdat Vilenkin als volgt verder gaat:
    En toch kan de toestand van het "niets" niet geïdentificeerd worden met een absoluut niets. De overgang tot het iets wordt beschreven door de wetten van de kwantummechanica en dus moet het "niets" aan deze wetten onderworpen zijn. De natuurkundige wetten moeten hebben bestaan, ook al was er geen universum.5
Door zijn weigering om de Godhypothese te overwegen, is Vilenkin zojuist een cirkelredenering binnengestapt. Omdat de overgang van niets tot iets moet hebben plaatsgevonden, moeten de natuurkundige wetten al bestaan hebben voordat materie, energie, ruimte en tijd bestonden. Maar toch is het kwantumtunneleffect, als de oorspronkelijke gebeurtenis in de oorsprong van het universum, juist de premisse die Vilenkin aan de lezer voorstelt. De aanname van een kwantumgebeurtenis om het bestaan van de natuurwetten te bewijzen die noodzakelijk zijn om die kwantumgebeurtenis mogelijk te maken, is een logische denkfout.

Vilenkin gaat verder:

    Als er niets was voordat het universum verscheen, wat zou dit tunneleffect dan veroorzaakt kunnen hebben? Het antwoord is merkwaardig genoeg dat er geen oorzaak vereist is. In de klassieke natuurkunde bepaalt causaliteit wat er van het ene op het andere moment plaatsvindt, maar in de kwantummechanica is het gedrag van stoffelijke objecten onvoorspelbaar en sommige kwantumprocessen hebben helemaal geen oorzaak.6
Het idee dat kwantumgebeurtenissen uiteindelijk geen oorzaak hebben is bijzonder twijfelachtig, omdat deze premisse voortkomt uit een verkeerd gebruik van de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Maar het grotere probleem zit in het feit dat kwantumgebeurtenissen die onveroorzaakt lijken nog steeds bestaan. Het kwantumtunneleffect heeft altijd te maken met een beweging van materie, ongeacht hoe klein, van de ene naar een andere relatieve locatie in de ruimte-tijd, maar nooit vanuit een "niets".

Lees verder!

1 Alexander Vilenkin, Many Worlds in One (oftewel Vele Werelden in Eén, New York: Hill and Wand, 2006), 112.
2 Idem, 175.
3 http://www.reasonablefaith.org/site/News2?page=NewsArticle&id=5741
4 Alexander Vilenkin, Many Worlds in One, 180.
5 Idem, 181.
6 Idem