Richard Dawkins

Deze tekst is afkomstig uit het boek "Colliding with Christ" (oftewel "Aanvaring met Christus") van R.C. Metcalf. Voor meer informatie, zie www.thinkagain.us.

Richard Dawkins- De mens
Clinton Richard Dawkins is waarschijnlijk de bekendste atheïst van onze tijd. Hij werkt momenteel als wetenschappelijk professor aan de Universiteit van Oxford en is tevens verbonden aan New College. Dawkins behaalde zijn wetenschappelijke titels (M.A. en D.Sc.) aan de Universiteit van Oxford en heeft sindsdien vijf eredoctoraten ontvangen. Dr. Dawkins is een bekwaam redenaar. Hij tracht de belangrijkste argumenten van zijn boek samen te vatten zodat ze logisch kunnen worden getoetst.

Richard Dawkins- God als misvatting
Op pagina's 157 en 158 van "The God Delusion" (oftewel "God als misvatting") vat Richard Dawkins het centrale argument van zijn boek in zes hoofdpunten samen. De volgende punten zijn rechtstreeks vertaald uit de Engelstalige editie van dit boek (al zijn twee punten vanwege de lengte van dit artikel enigszins ingekort).1

  1. De verklaring van het ontstaan van de complexe, onwaarschijnlijke schijn van ontwerp in het universum is door de eeuwen heen altijd al een van de grootste uitdagingen voor het menselijke intellect geweest.
  2. De natuurlijke neiging is om het ogenschijnlijke ontwerp aan een daadwerkelijk ontwerp toe te schrijven. In het geval van een door de mens vervaardigd artefact, zoals een horloge, was de ontwerper werkelijk een intelligente ontwerper. Het is verleidelijk om dezelfde logica toe te passen op een oog of een vleugel, een spin of een mens.
  3. Dit is een misleidende verleiding, omdat de ontwerphypothese meteen de grotere vraag oproept wie de ontwerper dan heeft ontworpen. Het probleem waar we mee begonnen was het probleem om de statistische onwaarschijnlijkheid te verklaren. Het mag duidelijk zijn dat het postulaat van iets dat nog onwaarschijnlijker is geen oplossing is.
  4. Darwinistische evolutie via natuurlijke selectie biedt het grootste en krachtigste verklarende bereik dat tot dusver in de biologische wetenschappen is ontdekt. Darwin en zijn opvolgers hebben laten zien hoe levende wezens, met hun spectaculaire statistische onwaarschijnlijkheid en hun ogenschijnlijke ontwerp, via langzame, geleidelijke stappen vanuit eenvoudige startpunten zijn geëvolueerd. We kunnen nu gerust zeggen dat de ontwerpillusie in levende wezens niets meer is dan dat: een illusie.
  5. We hebben nog geen gelijkwaardig verklarend model voor de natuurkunde. Een soort multiversum-theorie zou in principe voor de natuurkunde hetzelfde verklarende werk kunnen verrichten als het Darwinisme voor de biologie. Een dergelijke verklaring is aan het oppervlak minder bevredigend dan de biologische versie van het Darwinisme, omdat het meer van het toeval vergt. Maar het antropisch principe geeft ons het recht om een veel grotere toevalligheid te postuleren dan de hoeveelheid waar onze beperkte menselijke intuïtie zich mee op zijn gemak voelt.
  6. We moeten niet de hoop opgeven dat er een degelijk verklarend model in de natuurkunde zal worden geformuleerd; een model dat net zo krachtig zal zijn als het Darwinisme voor de biologie. Maar zelfs zonder een zeer bevredigend model dat kan wedijveren met het biologische model zijn de relatief zwakke modellen die we tegenwoordig hebben, wanneer ze door het antropisch principe geschraagd worden, vanzelfsprekend beter dan de Godhypothese van een intelligente ontwerper die zichzelf onderuit haalt.
  7. Als het argument van dit hoofdstuk (boek) wordt aanvaard, dan is de feitelijke premisse van de godsdienst - de Godhypothese - onhoudbaar. Het is bijna zeker dat God niet bestaat. Dit is de belangrijkste conclusie van het boek tot zover.

Richard Dawkins – De argumenten
Hoewel de conclusie ("het is bijna zeker dat God niet bestaat") de volgelingen van Richard Dawkins ongetwijfeld zal aanspreken, volgt ze niet logischerwijs uit zijn eerste zes premissen. Het is een zogenaamde "non sequitur" (dat wil zeggen, de conclusie volgt niet uit de premissen). Laten we elke premisse eens wat nader bekijken.

Weinig mensen zouden het, ongeacht hun godsdienstige standpunt, oneens zijn met Dawkins' eerste premisse. De verklaring van het ogenschijnlijke ontwerp van het universum is ongetwijfeld een uitdaging. Zijn tweede premisse, dat we een "natuurlijke" neiging hebben om het ogenschijnlijke ontwerp aan een ontwerper toe te kennen, is twijfelachtig... maar laten we dit voor nu even zo laten. Met zijn derde premisse introduceert Dawkins zijn eerste logische drogreden. Hij begint premisse drie met de eenvoudige verkondiging dat de neiging in premisse twee onjuist is. En toch biedt hij geen substantiële onderbouwing voor deze stelling. Feitelijk is dit een cirkelredenering: de ontwerphypothese moet onjuist zijn omdat hij aanneemt dat God niet bestaat. Hij komt met de volgende uitspraak nog het dichtst bij een mogelijke ondersteuning van zijn stelling: "omdat de ontwerphypothese meteen de grotere vraag oproept wie de ontwerper dan heeft ontworpen". Dit is mogelijk een geldige vraag, maar het biedt geen ondersteuning voor de bewering dat de ontwerphypothese onjuist is, en is ook geen weerlegging van de Godhypothese.

Lees verder!

1 De ingekorte punten (3 en 6) bevatten verwijzingen naar een recent boek van Daniel Dennett, die niets significants toevoegen aan deze samenvatting.