Materialisme

Materialisme – De betovering verbreken
“De ontologie van het materialisme berustte op de illusie dat het soort bestaan, dat wij rechtstreeks waarnemen in de werkelijke wereld om ons heen, geëxtrapoleerd kan worden naar het atomaire niveau.” (Werner Heisenberg)

Voor de verlichte elite is het ondenkbaar dat het menselijk begrip enige begrenzing zou hebben. Als een arme ziel durft te suggereren dat het universum ondenkbaar zou zijn zonder een “hogere macht”, dan wordt hij al gauw uitgesloten van de beschaafde samenleving en beschuldigd van het aanroepen van de “God van de gaten”. Maar de mensen die hem afwimpelen als een wazige fundamentalist die gevangen zit in de “bezeten” wereld van religieus bijgeloof, zijn feitelijk zelf spreekbuizen van hun eigen fundamentalistische beweging: het materialisme.

Materialisme – De materiële wereld
Materialisme is een levensbeschouwing die gebaseerd is op een naturalistische kijk op de werkelijkheid. De natuurlijke wereld is alles wat er is. Het bovennatuurlijke bestaat niet; noch geest, noch ziel, noch God. Er is maar één “natuur”: de kosmische matrix van materie en energie die volgens bepaalde natuurkundige wetten functioneert. De realiteit is wat objectief, waarneembaar en herhaalbaar is. De wetenschap is “in” voor de materialist, want alles is een product van natuurkundige processen. En aan de oppervlakte lijkt dit correct te zijn.

Onze alledaagse ervaring is een ervaring die te maken heeft met materie en energie: we programmeren onze “tablets”, we planten bloemen in onze tuin, we rijden in auto's en turen vol verwondering naar de sterren; wanneer we de trap oplopen, strijden we tegen een onzichtbare kracht die ons naar beneden trekt; wanneer we statisch geladen zijn, krijgen we soms een schok als we de deurklink vastpakken; en een onzichtbare, ontastbare kracht doet ons kompas altijd naar het noorden wijzen.

Maar wat zijn deze dingen eigenlijk? Deze materie en energie? Wat bedoelen we eigenlijk met een “materiële” wereld?

Materialisme – De lege bureautafel
Nu ik dit artikel over materialisme schrijf, zit ik aan een bureautafel die vervaardigd is uit een aantal verschillende houtsoorten. Het is geen kostbare Chippendale. Integendeel. Maar de tafel is wel robuust genoeg om het gewicht te dragen van een computer, printer, enkele andere apparaten en de stapel boeken die ik voor me heb liggen. Het uiterlijk van deze bureautafel geeft mij het idee dat deze op een fundamentele manier heel stevig is. Hout bestaat immers uit chemicaliën, die zelf weer uit atomen bestaan en die staan als een huis, toch? Dat is echter verre van waar.

Laten we eens een enkel Koolstofatoom in mijn houten bureautafel beschouwen. Rondom een compacte kern van zes protonen en zes neutronen bevindt zich een wolk van zes elektronen. Al zijn de fysieke afmetingen van het atoom ongelooflijk klein, toch is de relatieve afstand tussen de kern en de elektronen enorm.

Het is vergelijkbaar met ons zonnestelsel, maar op een microscopische schaal. Het zonnestelsel bestaat uit een gigantische hoeveelheid materie in de zon, de planeten en de media tussen de planeten, maar toch neemt de fysieke materie slechts één triljoenste deel van het volume van het zonnestelsel in. Met al die lege ruimte is het zonnestelsel eigenlijk een kolossaal vacuüm met daarin slechts een klein aantal imperfecties.

Stel je nou eens voor dat Rick Moranis, de acteur uit “Honey, I Shrunk the Kids”, mijn studeerkamer zou binnenstappen en dan per ongeluk tot subatomaire afmetingen zou worden verkleind. Wat deze minuscule Rick dan zou ontdekken is dat elk van die talloze atomen in mijn bureautafel zelf een microscopische leegte is die op mysterieuze wijze vorm geeft aan onze perceptie van kleur, textuur en hardheid. Als jou dat vreemd in de oren klinkt, dan moet je bedenken dat dit slechts het topje van de ijsberg is van deze heel vreemde “materiële wereld”.

Materialisme – Van zekerheid naar mysterie
In 1689 bood Isaac Newton zowel een natuurkundige verklaring als een voorspellend mechanisme voor de planetaire wetten van Kepler. De veelomvattende aard van Newtons briljante formuleringen maakte het voor wetenschappers mogelijk om de precieze bewegingen van objecten te bepalen, van vallende appels tot roterende sterrenstelsels. Hierdoor ontstond het geloof dat het heelal een kosmische “klok” is waarin het resultaat van elke gebeurtenis bepaald kan worden, als alle beginvoorwaarden en krachten bekend zijn.

Maar toen de onderzoekers later diep in het binnenste van deze klok begonnen te kijken, ontdekten zij dat de machinerie van deze klok niet zo duidelijk gedefinieerd was als Newton had gedacht. Sterker nog, het was ronduit wazig.

Laten we nog eens teruggaan naar dat enkele Koolstofatoom in mijn houten bureautafel. Als ik de beweging van een van de elektronen van dat atoom probeer te bepalen, dan ontdek ik al snel dat ik óf zijn positie óf zijn snelheid kan meten, maar niet allebei tegelijkertijd. In tegenstelling tot de baan van de aarde, die heel precies kan worden vastgesteld, is de “vliegroute” van het elektron en zijn positie tussen twee metingen in onkenbaar. Ik mag dan wel de neiging hebben om dit te wijten aan beperkingen van mijn experimentele meettechniek, maar dat is niet zo: het is een mysterieus kenmerk van de subatomaire wereld zelf! En dat is nog niet alles.

Materialisme – Het kwantumpotentieel
Uit ervaring weten we dat een object, zoals onze auto, schade zal oplopen wanneer energie wordt geabsorbeerd tijdens de botsing met een ander object. Als we onze auto willen herstellen, dan verwachten we niet dat deze zomaar vanzelf naar zijn oorspronkelijke, onbeschadigde toestand zal terugkeren. In plaats daarvan moeten we de auto naar een garage brengen, waar deze door de bekwame handen van goed opgeleide monteurs zal worden gerepareerd.

En nu komt het vreemde: wanneer een van de atomen in mij bureautafel beschadigd raakt omdat deze in botsing komt met een van zijn buren, dan verandert het atoom al snel terug naar zijn oorspronkelijke toestand, zonder enige hulp van buitenaf.

Net zo vreemd is het fenomeen van de elektronische “loopbaan”. In tegenstelling tot de aarde, wiens loopbaan geleidelijk in een spiraalvorm naar de zon toe beweegt, worden de elektronen in het atoom in vaste gebieden gefixeerd. De vraag die ons echt versteld doet staan is de volgende: waarom vernietigt het atoom zichzelf niet? Waarom stort het niet vanzelf in elkaar? Het heeft immers een positief geladen kern en een negatief geladen elektron. Volgens de wetten van de elektrodynamica zou een atomaire vernietiging in minder dan een microseconde moeten plaatsvinden.

De stabiliteit en zelfs het bestaan van het atoom suggereert dat er een sturende hand van een externe Actor in het spel moet zijn. Maar in het materialisme kan een dergelijke Actor niet bestaan: er bestaat immers niets behalve fysieke materie en natuurkundige processen, waarmee de mysterieuze fenomenen van de microkosmos verklaard moeten worden.

In de mechanistische uitleg ontstaat deze vreemde atomaire situatie doordat minuscule deeltjes, zoals de elektronen in mijn bureautafel, in een objectieve zin niet bestaan. In plaats daarvan zouden zij het resultaat zijn van onze observaties; ons onderzoek op deze kleine schaal leidt tot een verstoring van wat het “kwantumpotentieel” wordt genoemd.

Het kwantumpotentieel is noch materie noch energie, maar is zoals de naam aangeeft “potentieel”; een onzichtbare laag waarvan de hele kosmos doordrongen is en die het potentieel van de werkelijkheid biedt. Wanneer natuurkundigen dus over een elektron spreken, dan spreken zij in werkelijkheid over een abstractie, waarvan het bestaan wordt beschreven aan de hand van mathematische begrippen en waarschijnlijkheidsfuncties. Zoals Werner Heisenberg, een pionier op het gebied van de kwantumtheorie, ooit schreef: “elementaire deeltjes... vormen een wereld van potentieel en mogelijkheden, in plaats van een wereld van dingen en feiten.”

Ondanks zijn uiterlijke verschijning is mijn goedkope bureautafel een leeg object dat bestaat uit een uitgestrekte massa van “potentieel” die gematerialiseerd wordt door fysieke verstoringen in de kwantumnevel, waardoor mijn bureautafel waarneembare eigenschappen krijgt zoals kleur, sterkte, textuur en massa. Het blijkt dat deze “nevel” het eeuwige fundament van de natuur is, waardoor alles in stand wordt gehouden; van de atomen van mijn bureautafel tot de schepping zelf.

Volgens de huidige modellen van de kosmogenesis kwam de volledige inhoud van het heelal tot instaan na een grillige fluctuatie van het kwantumpotentieel. In dit extreme voorbeeld van het ontstaan van iets uit niets, is het kwantumpotentieel dus de bron van alle dingen.

Daarnaast is het kwantumpotentieel ook het einde van alle dingen. Zoals sommige theorieën suggereren, zullen gravitationele aantrekkingskrachten uiteindelijk de overhand krijgen over de kosmische uitdijing, totdat het hele heelal weer samengeperst wordt tot een “kwantumklomp” die dan weer uit puur potentieel bestaat: een soort alfa en omega.

Zet dat eens op een rij: immaterieel; alom aanwezig; almachtig; eeuwig; de bron van alles wat bestaat. Weet je, dat kwantumpotentieel klinkt in vele opzichten als die Ene die vele eeuwen geleden in een brandende struik in de woestijn aan Mozes verscheen.

Materialisme – Een nieuwe “gatenvuller”?
Is het materialisme een nieuwe vorm van “religieus” fundamentalisme? Meer dan 2500 jaar geleden stelde de Griekse filosoof Anaximander dat er een eeuwige, alomtegenwoordige stof bestond die hij de “apeiron” noemde. Men dacht dat Anaximanders apeiron, net als het kwantumpotentieel, de bron van alle werkelijkheid was.

In al die tussenliggende haren zijn we geen stap dichter gekomen tot een fundamenteel begrip van deze mysterieuze substantie. Er blijven nu, net als toen, veel onbeantwoorde vragen. Waar kwam het vandaan? Waardoor wordt het aangedreven? Waarom heeft het een eindeloos scheppend vermogen? Is het kwantumpotentieel in materialistische zin wel “iets”?

Mensen die betoverd zijn door het materialisme zullen natuurlijk “ja” zeggen. Voor hen moet elk gat in ons begrip van de natuur met “specie” worden opgevuld.

Maar omdat deze specie noch materie noch energie is, is het niet fysiek. En vanwege zijn bovennatuurlijke aard kan hij ook niet worden waargenomen. Nee, hij zal moeten worden afgeleid van zijn invloed op dingen die wel waarneembaar zijn.

Als jij het gevoel hebt dat dit veel lijkt op de “God van de gaten”, dan heb je gelijk. Het belangrijkste verschil is dat deze “god” niet communiceert of morele verplichtingen voorschrijft. En dat is natuurlijk waar het uiteindelijk om gaat.

In het fundamentalisme van het “materialisme van de gaten” zijn de kleren van de keizer slechts een etiket voor iets dat anderszins onverklaarbaar is in een kosmos zonder God. Het is een verzinsel dat vreemder is dan fictie, waarin het immateriële gecoöpteerd wordt als iets materieels, in een wanhopige poging om de Transcendente Bemoeial (zoals C.S. Lewis Hem ooit noemde) buiten te sluiten.

"De waarheid moet wel vreemder zijn dan fictie, want we hebben de fictie aangepast zodat deze ons goed uitkomt." (G.K. Chesterton)

Leer meer!

Met dank aan Regis Nicoll. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.breakpoint.org.

Regis Nicoll is een Centurion van het Prison Fellowship’s Wilberforce Forum. Hij is een columnist voor Breakpoint, Salvo Magazine en Crosswalk en schrijft voor de Prison Fellowship’s blog, The Point. Hij publiceert verder een wekelijks commentaar over hedendaagse actuele onderwerpen.