Kosmische fijnafstemming

Kosmische fijnafstemming - Inleiding
Het idee van kosmische fijnafstemming heeft te maken met een unieke eigenschap van ons universum; de wetenschap heeft waargenomen dat de natuurkundige constanten en wetten letterlijk haarfijn zijn afgesteld om complex leven mogelijk te maken. De precisie waarmee de natuurkundige constanten aan bepaalde criteria moeten voldoen heeft een aantal agnostische wetenschappers tot de conclusie geleid dat er inderdaad een of andere transcendente doelgerichtheid achter het universum steekt. Brits astrofysicus Fred Hoyle schrijft: "Een interpretatie van de feiten met het gezond verstand suggereert dat een superintellect gesleuteld heeft aan de natuurkunde, de chemie en de biologie, en dat er geen noemenswaardige blinde krachten in de natuur bestaan. De getallen die je uit de feiten kunt berekenen vind ik zo overweldigend dat deze conclusie haast niet betwijfeld kan worden."

Kosmische fijnafstemming - Fundamentele constanten
In de kosmos zijn rimpelingen waarneembaar die een restant zouden zijn van de oorspronkelijke singulariteit van de "oerknal". Deze rimpelingen worden vaak kosmische achtergrondstraling genoemd en zijn bij een waarde van 1 op 105 (100.000) waarneembaar. Als deze factor ook maar een weinig kleiner zou zijn, dan zou heelal volledig uit gassen bestaan; sterren, planeten en sterrenstelsels zouden niet bestaan. Maar als deze factor slechts een weinig verhoogd zou worden, dan zou het universum alleen uit grote zwarte gaten bestaan. In beide gevallen zou het universum onherbergzaam zijn.

Een andere nauwkeurig afgestelde waarde is de zogenaamde "sterke kernkracht" die atomen - en dus ook materie - bij elkaar houdt. De zon verkrijgt haar "brandstof" door waterstofatomen met elkaar te fuseren. Wanneer twee waterstofatomen fuseren, wordt 0,7% van de massa van de waterstofatomen in energie omgezet. Als dit percentage iets lager zou zijn (bijvoorbeeld 0,6% in plaats van 0,7%), dan zou een proton zich niet met een neutron kunnen verbinden en dan zou het universum alleen uit waterstof bestaan. Zonder de aanwezigheid van zware elementen zouden planeten niet kunnen vormen en zou er geen leven mogelijk zijn. Maar als de hoeveelheid omgezette materie zou toenemen tot 0,8% in plaats van 0,7%, dan zou de fusie zo snel plaatsvinden dat er geen waterstof zou overblijven. Ook in dat geval zouden er geen planeten en geen zonnestelsels zijn, en dus geen leven.

Ook de verhouding tussen elektronen en protonen moet nauwkeurig gebalanceerd zijn met een nauwkeurigheid van één op 1037. Als deze fundamentele constante iets groter of kleiner zou zijn, dan zou de zwaartekracht overheerst worden door elektromagnetisme, wat de vorming van sterrenstelsels, sterren en planeten zou verhinderen. Ook dan zou leven onmogelijk zijn.

De verhouding tussen de elektromagnetische kracht en de zwaartekracht moet heel precies in balans zijn, met een nauwkeurigheid van één op 1040. Als deze waarde een weinig zou worden verhoogd, dan zouden alle sterren op zijn minst 40% massiever zijn dan onze zon. Dat betekent dat sterren dan te kort en te onevenwichtig zouden branden om complex leven mogelijk te maken. Als deze waarde iets zou afnemen, dan zouden alle sterren op zijn minst 20% minder massief zijn dan de zon. Hierdoor zouden zij geen zware elementen kunnen voortbrengen.

De snelheid waarmee het universum uitzet moet precies afgesteld zijn met een nauwkeurigheid van één op 1055. Als het universum te snel zou uitdijen, dan zou materie te snel uitzetten en zouden sterren, planeten en sterrenstelsels niet kunnen vormen. Als het universum te langzaam zou uitdijen, dan zou het universum nog vóór de vorming van sterren ineenstorten.

De massadichtheid van het universum is haarfijn afgestemd om leven mogelijk te maken, met een nauwkeurigheid van één op 1059. Als het universum iets massiever zou zijn, dan zou een overvloed aan deuterium van de oerknal de sterren te snel laten opbranden en dan zou complex leven niet kunnen ontstaan. Als het universum iets minder massief zou zijn, dan zou een tekort aan helium leiden tot een tekort aan zware elementen, ook weer met het gevolg dat er geen leven zou zijn.

Kosmische fijnafstemming - Conclusie
Het geloof dat de feiten en getallen die hier werden genoemd niets meer zouden zijn dan een fortuinlijk toeval vereist ongetwijfeld een groter geloof dan dat van de Christen die gelooft in een theïstisch ontwerp van het universum. Dergelijke wetenschappelijke inzichten, die in de afgelopen decennia zijn verworven, zetten wijlen Robert Jastrow (naar eigen zeggen een agnosticus) aan tot het schrijven van de volgende woorden: "Voor de wetenschapper die naar zijn geloof in de kracht van de rede heeft geleefd, eindigt het verhaal als een slechte droom. Hij heeft de bergen van de onwetendheid beklommen en staat op het punt om de hoogste piek te bedwingen; wanneer hij over de laatste rots klautert wordt hij begroet door de groep theologen die daar al eeuwen heeft gezeten."

Leer meer!