De evolutie van de mens

De evolutie van de mens - Wat is dat?
De moderne theorie over de evolutie van de mens stelt dat mensen en apen afstammen van een aapachtige voorouder die enkele miljoenen jaren geleden op aarde leefde. De mens zou als soort zijn verschenen door een combinatie van omgevings- en genetische factoren en vervolgens de diverse etniciteiten voortbrengen die we vandaag de dag om ons heen aantreffen. De moderne apen zouden via een afzonderlijk pad zijn geëvolueerd. De beroemdste voorstander van de evolutietheorie is wellicht Charles Darwin (1809-82) die in 1859 "The Origin of Species" ("De oorsprong der soorten") schreef om zijn evolutietheorie uiteen te zetten. Zijn theorie was grotendeels gebaseerd op waarnemingen die hij gedurende zijn vijfjarige reis om de wereld maakte aan boord van de HMS Beagle (1831-36). Sindsdien wordt de oorsprong van de mens in het algemeen uitgelegd vanuit een evolutionair perspectief. De theorie over de menselijke evolutie van de mens wordt regelmatig aangepast en gereviseerd wanneer nieuwe vondsten worden gedaan. Sommige ideeën worden als onjuist bewezen en afgedankt.

De evolutie van de mens - Principes van de evolutietheorie
De alom aanvaarde theorie over de evolutie van de mens berust op drie hoofdprincipes. Deze principes zijn afhankelijk van het aangeboren vermogen dat alle wezens bezitten om hun genetische informatie aan hun nakomelingen over te dragen.

Het eerste principe is micro-evolutie; de opeenstapeling van mutaties in de genetische sequentie van een organisme. Mutaties zijn overwegend willekeurig en kunnen op een natuurlijke wijze optreden door fouten in het reproductieproces of door omgevingsinvloeden zoals chemicaliën en straling.

Het tweede principe van de evolutie is natuurlijke selectie. Natuurlijke selectie is een natuurlijk mechanisme waarmee de best aangepaste leden van een soort overleven en hun genetische informatie overdragen, terwijl de zwakkeren geëlimineerd worden (uitsterven) omdat zij niet in staat zijn om in het wild te concurreren. Natuurlijke selectie wordt vaak "survival of the fittest" of "de eliminatie van de zwaksten" genoemd.

Het derde principe is soortvorming, ook wel speciatie genoemd. Soortvorming vindt plaats wanneer leden van een levenssoort muteren tot een toestand waarin zij niet meer in staat zijn om te reproduceren met andere leden van diezelfde soort. De nieuwe populatie wordt dan, in reproductief opzicht, een geïsoleerde gemeenschap die geen nakomelingen kan voortbrengen met zijn vorige populatie. Door speciatie raken genen van de nieuwe populatie geïsoleerd van de eerdere populatie.

De evolutie van de mens - Wetenschappelijk bewijs
De theorie over de evolutie van de mens wordt ondersteund door een verzameling onafhankelijke waarnemingen in de antropologie, paleontologie en moleculaire biologie. Tezamen lijken deze waarnemingen aan te geven dat al het leven vertakt is vanuit een gemeenschappelijke voorouder. Dat zou zijn gebeurd via geleidelijke genetische veranderingen over miljoenen jaren. Dit idee wordt ook wel "de boom van het leven" genoemd. Hoewel deze fylogenetische stamboom in de overheersende wetenschappelijke gemeenschap wordt aanvaard als een experimenteel bewezen feit, zal een nadere inspectie van het bewijs enkele onnauwkeurigheden en redelijke alternatieve verklaringen openbaren. Dit is voor een groeiend aantal wetenschappers reden om zich af te keren van de Darwinistische evolutietheorie en haar onvermogen om de oorsprong van de mens op een bevredigende manier te verklaren.

Homologie is een van de belangrijkste bewijzen voor de evolutie van de mens. Homologie slaat op de overeenkomsten tussen anatomische of genetische eigenschappen van verschillende soorten. Zo is bijvoorbeeld de overeenkomst in skeletstructuur tussen apen en mensen in verband gebracht met de homologe genetische sequenties binnen beide soorten. Dit zou bewijs zijn voor een gemeenschappelijke voorouder. Dit argument bevat de belangrijke aanname dat een overeenkomst hetzelfde is als verwantschap. Met andere woorden, hoe meer twee soorten op elkaar lijken, hoe meer ze aan elkaar verwant zijn. Maar we weten dat dit geen goede aanname is. Twee soorten kunnen anatomisch homoloog zijn, maar toch helemaal niet aan elkaar verwant zijn. Dit wordt in evolutionaire terminologie "convergentie" genoemd. We weten tegenwoordig dat homologe karakteristieken uit compleet verschillende gensegmenten binnen verschillende ongerelateerde soorten kunnen worden voortgebracht. Convergentie impliceert dat anatomische eigenschappen ontstonden door een behoefte aan specifieke functionaliteiten, wat een zware slag is voor het idee van homologie en afstamming.

Bovendien wordt de evolutie van de mens uit aapachtige voorouders vaak beredeneerd op basis van een vergelijkbare anatomie in het fossielenbestand. En toch geeft het fossielenbestand meer aanwijzingen voor een stabiliteit in de gedaanten van soorten dan voor langzame of zelfs drastische veranderingen, die zouden kunnen wijzen op tussenvormen tussen moderne soorten. De "ontbrekende schakels" ontbreken. En helaas is de paleontologie in het verleden geplaagd door frauduleuze beweringen over vondsten van ontbrekende schakels tussen mensen en primaten; fragmenten van menselijke skeletten werden zelfs gecombineerd met beenderen van andere soorten zoals varkens en apen, en vervolgens gepresenteerd als authentieke vondsten. Hoewel genetische variabiliteit in alle wereldvolken kan worden waargenomen, wordt er gediscussieerd of natuurlijke selectie wel kan leiden tot speciatie. Er worden regelmatig onderzoeksresultaten verkregen die in strijd zijn met deze evolutieleer. We kunnen dus grote vraagtekens zetten bij de algemeen aanvaarde theorie over de oorsprong van de mens.

De evolutie van de mens - Kritisch bekeken
De theorie over de evolutie van de mens wordt steeds vaker kritisch bekeken vanwege de blijvende gaten in het fossielenbestand, de moeilijk aantoonbare voordelige genetische mutaties en het gebrek aan experimenten of waarnemingen die soortvorming zouden kunnen bewijzen. In het algemeen wordt in wetenschappelijke kringen het evolutieproces gezien als de oorsprong van de mens; niet omdat dit wetenschappelijk bewezen is, maar omdat alternatieve standpunten metafysische implicaties met zich meebrengen die tegen het moderne naturalistische paradigma ingaan. Desalniettemin laat een nadere inspectie van het bewijs zien dat de evolutieleer steeds minder wetenschappelijk wordt en steeds meer lijkt op een godsdienst zonder bewijs.

Lees verder!