Evolutie

(Lees eerst deel 1 van "Evolutie")

Evolutie – Een levensbeschouwelijke aangelegenheid
Columbus ging op reis met het vooruitzicht om India via een nieuwe route te bereiken. Toen hij de nieuwe wereld bereikte, herkende hij deze niet als zodanig, maar dacht hij dat dit een onderdeel van India moest zijn of enkele eilanden nabij India. Hij noemde de inboorlingen daarom "Indianen". Voor sommige evolutionisten geldt hetzelfde. Ze hebben hun gedachten zo scherp gesteld op het idee dat er geen Schepper is, dat alle dingen wel zonder bovennatuurlijke tussenkomst moeten hebben plaatsgevonden. Omdat ze dit in hun geest zo bepaald hebben, kan absoluut niets hen ertoe aanzetten om ook maar iets te overwegen wat geen materialistische verklaring is. Ongeacht hoe moeilijk het voor zo iemand kan worden door een gebrek aan bewijs of logica, vooral in het licht van de recente ontdekkingen in de microbiologie, toch moet hij wel blijven zoeken naar een manier om de zaken zonder een intelligente uitvinder te verklaren. Dit is één van de voornaamste redenen voor het volhardingsvermogen van de evolutietheorie. Het is een gekozen wereldbeeld of levensbeschouwing in plaats van een wetenschap.

Zou een redelijk mens zonder een sterke vooringenomen toewijding aan de evolutionistische filosofie de logica ooit zo ver willen strekken dat hij bereid is om te geloven dat de zware kaakbenen van reptielen bijvoorbeeld evolueerden tot de delicate, ingewikkelde en precies passende botten van het binnenoor, die door hun exacte lengte en hun precieze scharnierende beweging geluidsgolven kunnen overdragen? En dan hebben we het nog niet eens over de onherleidbare complexiteit van het chemische en elektrische systeem in het oor en de hersenen die ons in staat stellen om die geluiden daadwerkelijk te horen. Mensen die iets dergelijks geloven zouden in elk geval moeten nalaten om zelfs de onredelijkste gelovige te bekritiseren wanneer die gelovige verklaringen vindt die in overeenstemming zijn met zijn geloof (zelfs als deze bepaalde godsdienst een vals geloof mocht zijn).

De Christen mag op dit moment misschien niet in staat zijn om ideale antwoorden te bieden op sommige vragen, maar de evolutionist bevindt zich in een veel lastiger positie wat betreft de antwoorden op de grote levensvragen. Sterker nog, alleen een geloof in een intelligente Schepper kan een werkelijk adequaat wereldbeeld of kosmische filosofie bieden die het volledige bereik van alle zaken kan beslaan. Hoewel er nog steeds problemen bestaan, hebben recente ontdekkingen voor de Bijbelgelover verschillende problemen opgelost waar voorheen geen verklaring voor bestond. Wat betreft de resterende mysteries kunnen we de volgende uitspraak van Pierre Lecomte du Noüy hanteren:

    "Mysterie na mysterie lijkt het wijzer, logischer en intelligenter om die mogelijkheid te kiezen die een verklaring geeft en daarmee onze behoefte aan begrip bevredigt; de mogelijkheid die de deur naar hoop opent, in plaats van de mogelijkheid die deuren sluit en niets verklaart."1

Evolutie - Een kwestie van verantwoordelijkheid
Veel materialisten lijken het idee te vrezen dat er wel eens een doel of een ontwerp in de natuur zou kunnen zitten. Deze vrees lijkt gebaseerd op een aversie tegen de mogelijkheid dat er Iemand is die de leiding over het universum heeft, Iemand aan wie we verantwoording zouden moeten afleggen. Zelfs intelligente mensen zullen soms de billijke maar vernederende kennis weerstaan "dat zij onderdelen en geen heersers zijn van het ontzagwekkende mysterie dat we de schepping noemen."2 Een voorbeeld hiervan is de nieuwe onderdirecteur van de onderneming die graag de indruk geeft dat hij de eigenaar van het bedrijf is. De nachtwaker die met zijn voeten op de tafel van de baas uitrust is eveneens een voorbeeld van deze menselijke neiging om zichzelf te verheerlijken. De hoogmoed van de mens is geen onbekende voor onderzoekers van de menselijke aard. Als er geen God is, dan kan de mens zelf met de eer gaan strijken of de eer geven aan iets dat een lagere positie bekleedt dan hijzelf, zoals "toeval". Hij kan dan doen wat hij ook maar wil, zonder beperkt te worden door gedachten over een toekomstige verantwoording, een oordeel, hemel en hel.

De wetenschap kan de waarheid van de werkelijkheid niet scheppen. Godsdienst kan dit evenmin. Zij hebben slechts twee keuzes: het beschrijven van de feitelijke werkelijkheid en daarmee in overeenstemming zijn, of het scheppen van een valse realiteit en de prijs betalen voor de gevolgen van deze foutieve voorstelling. Veel wetenschappers sluiten hun geest voor het mogelijke bestaan van God; ze zijn net als de kleine jongen die zijn ogen sluit en tegen de anderen zegt: "Je kunt me niet zien". Dr. Richard Lewontin, Professor in de zoölogie aan Harvard University, verwoordde dit als volgt: "Het is niet zo dat de wetenschappelijke methoden en instellingen ons dwingen om materiële verklaringen voor de fenomenen in de wereld te accepteren, maar - integendeel - dat we bij voorbaat door onze eigen trouw aan materiële oorzaken worden gedwongen om een onderzoeksapparaat en een verzameling ideeën te scheppen die materiële verklaringen voortbrengen, ongeacht hoe zeer ze tegen de intuïtie ingaan, en ongeacht hoe raadselachtig ze voor de leek lijken. Bovendien is dat materialisme absoluut, want we kunnen geen Goddelijke voet tussen de deur toelaten."3

Door te besluiten dat er geen God is, denkt de mens van Hem af te kunnen komen. Het verlies is enorm. Wat een jammerlijke plaatsvervanger is het wanneer de mens zich tot het toeval als zijn god keert. Het vertrouwen op mutaties als het ruwe materiaal van evolutie is bijvoorbeeld hetzelfde als het postuleren van een "schepping door vergissingen" omdat de veronderstelde ontwikkeling dan zou voortkomen uit fouten en ongelukken in het DNA. Evolutionistische wetenschappers spenderen desondanks hele levens aan de zoektocht naar de redenen achter diverse organen en levensprocessen... zonder er ooit aan te twijfelen dat dergelijke redenen ook echt bestaan.

Lees nu deel 4 van "Evolutie"!

1 Human Destiny, oftewel De Menselijke Lotsbestemming (New York: Longmans, Green & Co., 1947), door Pierre Lecomte du Noüy.
2 Editor's Report, Hearst (zie vorige pagina).
3 Billions and Billions of Demons, oftewel Milarden en Miljarden Demonen (New York Review of Books, 9 Januari, 1997, p. 28), door Richard Lewontin.