Het grootste spektakel ter wereld

(Lees eerst deel 1 van "Het grootste spektakel ter wereld")

Het grootste spektakel ter wereld - De Cambrische explosie
Het is lovenswaardig dat Dawkins in "Het grootste spektakel ter wereld" een redelijk en gedetailleerd commentaar schrijft over de geologische gebeurtenis die bekend staat als de "Cambrische explosie" (een fenomeen dat in een groot aantal populaire Darwinistische teksten opmerkelijk vaak wordt genegeerd). In zijn hoofdstuk "The Missing Link? - What do you mean, 'missing'?" (oftewel "De ontbrekende Schakel? Hoe bedoel je, 'ontbrekend'?") schrijft Richard Dawkins over de beroemde platwormen Platyhelminthes:

    In dit grote wormenphylum zitten onder andere de parasitaire zuigwormen en lintwormen, die van groot medisch belang zijn. Maar mijn favorieten zijn de zogenaamde tubellaria wormen, waarvan meer dan vierduizend soorten bestaan: dat zijn er net zo veel als alle zoogdiersoorten bij elkaar... zij komen overal voor, in het water en op het land, en dat is waarschijnlijk al heel lang het geval. Je zou daarom dus een rijke geschiedenis van deze wormen in het fossielenbestand verwachten. Helaas is er bijna niets te vinden. Afgezien van enkele dubbelslachtige sporenfossielen is er nog nooit een enkele gefossiliseerde platworm gevonden. De Platyhelminthes bevinden zich 'al in een geavanceerde evolutiefase, wanneer zij voor het eerst verschijnen. Het is alsof ze er zo geplant waren, zonder enige evolutionaire geschiedenis'. Maar in dit geval is 'wanneer zij voor het eerst verschijnen' niet de Cambrische explosie, maar het heden. Zie je wat dat betekent, of wat dat tenminste voor creationisten zou moeten betekenen? Creationisten geloven dat platwormen in dezelfde week werden geschapen als alle andere schepselen. Zij hadden dus precies dezelfde tijd om te fossiliseren als alle andere dieren. Gedurende al die eeuwen waarin al die dieren met botten en schelpen zich blij zij aan zij met de platwormen afzetten, lieten de platwormen geen noemenswaardig spoor van hun aanwezigheid in het gesteente achter. Wat is er dan zo bijzonder aan de gaten in het fossielenbestand van de dieren die wel fossiliseren, gegeven het feit dat de geschiedenis van de platwormen uit één groot gat bestaat, en dat terwijl de creationisten zelf beweren dat de platwormen al net zo lang bestaan? Als het gat vóór de Cambrische explosie gebruikt wordt als bewijs dat de meeste dieren tijdens de Cambrische explosie heel plotseling ontstonden, dan kan precies dezelfde 'logica' gebruikt worden om te bewijzen dat de platwormen gisteren pas ontstonden. Maar dit is in strijd met het creationistische geloof dat platwormen in dezelfde scheppingsweek werden geschapen als alle andere levende wezens. Maar je kunt niet van twee walletjes eten. Dit argument is een volledige vernietiging van het creationistische betoog, waarin wordt beweerd dat het pre-cambrische gat in het fossielenbestand de bewijslast voor de evolutietheorie verzwakt.
Ook hier slaat Richard Dawkins de plank mis wat betreft het fossielenbestand. Laten we de theologische ondertoon van de bovenstaande tekst even bekijken, voordat we de onderliggende foutieve redenering van Dawkins argument nader onderzoeken. Theologische argumenten kunnen niet als een wetenschappelijke stelling worden verdedigd. Dat is nu eenmaal de aard van theologische argumenten. En daarom kunnen theologische argumenten niet gebruikt worden in wetenschappelijke discussies over evolutie. De ondertitel van Dawkins boek is "Het bewijs voor evolutie". Het zou dus niet nodig moeten zijn om het Darwinisme te schragen met theologische overwegingen. De leeftijd van de aarde en de juiste interpretatie van het boek Genesis zijn onderwerpen van verhitte discussies onder Christenen; zelfs onder creationisten. Hoewel ik geloof dat dit heel interessante (en belangrijke) vraagstukken zijn, kunnen ze geen rol spelen in een wetenschappelijke verhandeling over het wetenschappelijke bewijs voor de evolutietheorie. Bovendien is het misleidend dat alle "creationisten" zonder meer in één en dezelfde categorie worden geplaatst.

Maar laten we dat eens buiten beschouwing laten en ons richten op Richard Dawkins begrip van de Cambrische explosie. Dawkins beweert dat organismen vóór de Cambrische explosie niet fossiliseerbaar waren (wat plausibel is). Maar zelfs als we hem wat dat betreft gelijk geven, dan is dat nog steeds niet waar het eigenlijk om gaat. Er kan verwacht worden dat er slechts weinig of geen fossielen te vinden zijn van voorouders zonder skeletstructuren. Als een evoluerende stam inderdaad plotseling in het fossielenbestand zou verschijnen, op een moment waarop een fossiliseerbare fase bereikt is, dan zou Dawkins wellicht een goed argument hebben. Maar de werkelijke uitdaging van de Cambrische explosie is de grote variëteit aan fossiliseerbare vormen die min of meer op hetzelfde ogenblik in de geologische tijdschaal verschenen. Elk phylum met vertegenwoordigers in de tegenwoordige organismen - en al zeker alle organismen met fossiliseerbare lichaamsdelen - was in de Cambrische explosie terug te vinden, maar voor geen enkele van die organismen bestaat een duidelijk te identificeren voorouder. Een van de grootste uitdagingen van de evolutionaire biologie bestaat dus uit het verklaren hoe en waarom al deze levensvormen gelijktijdig en abrupt verschenen.

Dawkins argument is verre van origineel. Het is interessant dat paleontologen in de anderhalve eeuw sinds de publicatie van Darwins "Oorsprong der soorten" een groot aantal pre-cambrische fossielen hebben ontdekt, waarvan een groot aantal microscopisch of skeletloos zijn. De Darwinistische paleobioloog William Schopf schreef in zijn boek "The early evolution of life: solution to Darwin's dilemm"a ("De vroege evolutie van het leven: de oplossing voor Darwins dilemma"): "Het al zo lang aangehouden idee dat pre-cambrische organismen te klein of te broos moeten zijn geweest om in geologische materialen te worden behouden...[wordt] nu als incorrect beschouwd." De abrupte verschijning van de belangrijke dierenphyla, die conventioneel een ouderdom van 540 miljoen jaar wordt toegekend, is nu zelfs beter gedocumenteerd dan in Darwins tijd. Sterker nog, nu er steeds meer fossielen worden ontdekt, wordt het steeds duidelijker dat de Cambrische explosie nog abrupter en grootschaliger was dan voorheen werd gedacht.

Tenslotte hoeft de criticus van het Darwinisme het fossielenbestand niet eens te gebruiken als de meest overtuigende genadeklap voor de Darwinistische orthodoxie. Het staat Dawkins vrij om zijn ad-hoc hypothese aan te roepen in een poging om de gaten en de uitdagingen van het fossielenbestand op de meest cruciale punten weg te wuiven. Desondanks blijft het een feit dat het fossielenbestand niet gebruikt kan worden om ook maar iets te documenteren wat te maken heeft met een gemeenschappelijke voorouder van alle levensvormen... en dat is juist een van de twee centrale stellingen van het neodarwinisme. Als men iets anders beweert, dan gebruikt men een cirkelredenering.

Het grootste spektakel ter wereld - Overdrijvingen en opgeblazen uitspraken
Richard Dawkins' boek "Het grootste spektakel ter wereld" legt tot in detail uit hoe evolutie "voor onze eigen ogen" plaats heeft gevonden. Hij verwijst naar de replicatie van de bekende E. coli bacterie als een manier waarop we "diepe tijd" kunnen simuleren. Hij merkt op dat generaties bacteriën gemeten worden in uren, of zelfs minuten, terwijl generaties hagedissen nog zo'n twee jaar van elkaar verwijderd zijn. Hij wijst op het experiment van Richard Lenski van de Universiteit van Michigan, waarin 12 identieke lijnen van E. coli tot meer dan 44.000 generaties (20 jaar later) werden gekweekt. De bacteriën werden gekweekt in een medium met een kleine hoeveelheid glucose (een primaire koolstofbron voor E. coli) en een overvloed aan citraten (een koolstofbron die normaliter niet door E. coli gebruikt wordt). Elke 500 generaties nam Lenski enkele monsters van de bacteriën, die - zoals Dawkins beweert - in wezen een "fossielenbestand" van de verschillende "stammen" opleverden. Lenski nam een groot aantal veranderingen waar in de E. coli die zich aanpasten aan de omstandigheden in zijn laboratorium. Hoewel de "fitness" van de bacteriën was toegenomen, bleek dat niet kosteloos te hebben plaatsgevonden. Alle stamlijnen hadden bijvoorbeeld het vermogen verloren om ribose te kataboliseren. Enkele stamlijnen hadden het vermogen om DNA te repareren verloren. Deze bacteriën ontwikkelden in de laboratoriumomgeving misschien wel een betere fitness, maar als zij in een natuurlijke omgeving zij aan zij met hun wilde soortgenoten zouden worden teruggeplaatst, dan zouden ze in selectief opzicht ongetwijfeld het onderspit delven.

Dawkins legt vervolgens uit dat een van de stamlijnen van de E. coli bacterie na 31.500 generaties in staat was om citraten te gebruiken. Eerder onderzoek in "The Journal of Bacteriology" heeft aangetoond dat wilde E. coli bacteriën bij lage zuurstofniveaus eveneens citraten kunnen gebruiken. Onder deze omstandigheden worden citraten in de cel opgenomen en gebruikt om te fermenteren. Men denkt dat het gen in E. coli codeert voor een transporteiwit dat de citraten de cel inleidt. Men vermoedt dat deze citratentransporteur niet werkt of niet geproduceerd wordt bij hoge zuurstofniveaus, ook al blijven de enzymen bestaan die nodig zijn voor het gebruik van citraten. Wilde E. coli bezit dus al de genen die nodig zijn voor het transport van citraten in de cel en het daaropvolgende gebruik ervan.

Nou, wat is dan de beste verklaring voor de waarnemingen die Dawkins in "Het grootste spektakel ter wereld" beschrijft? Lenski zelf stelt in zijn artikel uit 2008 in "Proceedings of the National Academy of Sciences" (105, no. 23), met de titel "Historical Contingency and the Evolution of a Key Innovation in an Experimental Population of Escherichia coli" het volgende voor: "Een waarschijnlijker verklaring is volgens ons dat een bestaande transporteur co-optie heeft ondergaan voor citratentransport onder oxische condities [d.w.z. hoge zuurstofniveaus]." Hij gelooft dat dit dezelfde citratentransporteur kan zijn die onder condities met lage zuurstofniveaus wordt gebruikt of een transporteur voor een andere substantie die aangepast is om specifiek citraten te vervoeren. De eerste mogelijkheid zou een verlies aan ordening betekenen, terwijl de tweede mogelijkheid een verlies van specificatie zou impliceren.

Het grootste spektakel ter wereld - Slaat Richard Dawkins de spijker op zijn kop?
Richard Dawkins gaat door het hele boek heen op dezelfde toon verder. Een positieve recensie van Dawkins nieuwe boek, dat in "The Guardian" werd gepubliceerd, zei dat "Het grootste spektakel ter wereld weliswaar Dawkins bekwaamheid om dingen te verklaren aan de dag legt, maar dat de wetenschappelijke inhoud van het boek vooral uit 'standaardmateriaal' bestaat. Het boek slaagt er niet in om het toenemende aantal problemen te verklaren die te maken hebben met biologische informatie, de oorsprong van het leven, of hoe natuurlijke selectie samen met willekeurige mutaties de oorsprong van onherleidbaar complexe systemen kan verklaren. Dat zijn problemen die nog steeds een uitdaging vormen voor het Darwinisme dat hij zo vurig predikt. Darwin noemde de Oorsprong der soorten 'één groot argument' voor zijn theorie, maar Richard Dawkins geeft ons alleen maar één grote blufpartij. Het grootste spektakel ter wereld probeert het neodarwinisme te verdedigen door theologische argumenten aan te roepen, door de uitdaging van de Cambrische explosie weg te wuiven met ad-hoc gissingen, door het bewijs voor het potentieel van natuurlijke selectie te overdrijven, door ontwerpargumenten verkeerd voor te stellen, door 'stropoppen' op te zetten en door de grootste bedreigingen van het neodarwinistische model voor de oorsprong van het leven te negeren."

Het feitelijke bewijs toont dat de belangrijkste kenmerken van het fossielenbestand en van de celbiologie beschamend zijn voor de Darwinistische evolutie. Wanneer dit bewijs volgens de normale criteria voor empirisch wetenschappelijk onderzoek wordt beoordeeld, dan blijken de data die gebruikt worden om het neodarwinisme te bekrachtigen erg zwak te zijn. We weten tegenwoordig dat er meerdere kritieke factoren zijn die rake klappen uitdelen aan het conventionele begrip van de theorie. Dit zijn niet slechts triviale problemen of uitzonderingen die waarschijnlijk wel ooit opgelost zullen worden. Nee, het gaat om fundamentele zaken die vooralsnog onoplosbaar lijken.

Leer meer!