Evolutie

Evolutie – Het bewijs waardoor wetenschappers in evolutie geloven
Evolutie kan, in deze context, als volgt gedefinieerd worden: het geloof dat alle levende dingen, inclusief de mens, door middel van natuurlijke veranderingen voortkomen uit levenloze materie, zonder dat hier een bovennatuurlijke tussenkomst bij betrokken is. Als het leven op aarde werkelijk op deze manier tot stand is gekomen, door toeval en uit levenloze materie, waarom zijn er dan zo veel intelligente mensen - zelfs mensen met een doctorsgraad - die deze theorie afwijzen? Maar als deze evolutietheorie onwaar is, waarom wordt ze dan zo algemeen aanvaard? Er is één zaak waar we het allemaal over eens zijn en dat is dat we allemaal hetzelfde bewijsmateriaal onder ogen hebben: dezelfde fossielen, dezelfde geologische kenmerken en dezelfde dateringsmethoden, bijvoorbeeld. Dit geeft aan dat de verschillen in wat we geloven niet veroorzaakt worden door het bewijsmateriaal; in plaats daarvan worden ze veroorzaakt door onze interpretatie van het bewijsmateriaal, en onze interpretatie is in hoge mate afhankelijk van wat we bereid zijn te geloven.

Laten we daarom eens naar enkele redenen kijken waarom zo veel wetenschappers bereid zijn om in evolutie te geloven. Deze redenen werden door James F. Coppedge in zijn boek Evolutie: mogelijk of onmogelijk1 beschreven. Het is eenvoudig te zien dat er sinds het schrijven van dit boek in 1973 nog maar weinig is veranderd.

Evolutie - Wetenschappers zijn feilbare mensen
De evolutietheorie maakt deel uit van het wetenschappelijke domein, waarbij nauwkeurige waarnemingen van het bewijsmateriaal en gecontroleerde experimenten betrokken zijn. De wetenschappelijke methode "is gebaseerd op het verzamelen van waarneembaar, empirisch en meetbaar bewijsmateriaal dat onderworpen is aan specifieke principes van de rede. De wetenschappelijke methode bestaat uit het verzamelen van data door middel van waarnemingen en experimenten en het formuleren en beproeven van hypothesen"2. Een probleem van de evolutietheorie is dat ze niet volgens een dergelijke wetenschappelijke methode is vastgesteld. Dr. Jonathan Wells zegt hierover: "De waarheid is dat het Darwinisme geen wetenschappelijke theorie is, maar een materialistische scheppingsmythe die vermomd is als wetenschap"3. Veel voorstanders in de wetenschappelijke vakgebieden brengen een filosofie aan de man in plaats van wetenschappelijk bewijs te presenteren. Het kwaad geschiedt wanneer deze filosofie verkondigt wordt als ware het een wetenschappelijk feit dat door experimenteel en observationeel bewijs wordt ondersteund.

Het grote publiek heeft de neiging te geloven dat elke wetenschapper altijd 100 procent correct is in alles wat hij verkondigt. Voor sommige mensen is het bijna onmogelijk om te geloven dat ook wetenschappers menselijke fouten kunnen maken. Maar we moeten in gedachten houden dat wetenschappers niet perfect en onfeilbaar zijn. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat de geschiedenis ons al veel voorbeelden van wetenschappelijke fouten heeft getoond:

  • We weten dat wetenschappers in zaken kunnen geloven die onwaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn het foutieve idee dat het universum eeuwig is of de notie dat rudimentaire organen of "junk DNA" geen functies zouden hebben.
  • We weten dat wetenschappers ontwerpfouten en misrekeningen kunnen maken. Enkele voorbeelden hiervan zijn de onfortuinlijke vernietiging van de Mars Climate Orbiter in 1998 en het zeer dure reparatieproject aan de gloednieuwe Hubble ruimtetelescoop in 1993.
  • We weten dat wetenschappers net als andere mensen oneerlijk kunnen zijn. Een recent voorbeeld hiervan was een zaak in 2004 die uitvoerig in de media werd beschreven, waarin een onderzoeker op het gebied van menselijke kloontechnieken beschuldigd werd van fraude, bedrog en het fabriceren van wetenschappelijke rapporten.
Maar nog belangrijker is dat we niet vergeten dat wetenschappers, omdat zij menselijk zijn, een grote verscheidenheid aan geloofsovertuigingen, houdingen en karakters hebben, net als politici, onderwijzers en verkopers. Elke wetenschapper zal het bewijs in zijn algemene levensbeschouwing proberen te passen. Soms wordt de logica door deze natuurlijke neiging overschreven. Dit kan er toe leiden dat iemand alleen maar naar het bewijsmateriaal kijkt dat welgezind is aan zijn eigen filosofie. Enthousiasme voor populaire ideeën leidt gemakkelijk tot het negeren van tegenstrijdige gegevens of gegevens "die niet willen meewerken".

Lees nu deel 2 van "Evolutie"!

1 Gedeelten van dit artikel zijn rechtstreeks vertaald uit dit boek, met toestemming gebruikt. Dit boek is nog steeds in het Engels verkrijgbaar op http://crev.info.
2 Wikipedia.org (Engelstalige artikel).
3 The Politically Incorrect Guide to Darwinism and Intelligent Design, oftewel De Politiek Incorrecte Gids voor het Darwinisme en Intelligent Design (Regnery, 2006).