Archaeopteryx

Archaeopteryx - Inleiding
De eerste vogels zijn in het tijdperk van de dinosauriërs in het fossielenbestand te vinden. Een bijzonder geval is de archaeopteryx uit het late Jura in het gebied van het huidige Beieren. Omdat hij volledig ontwikkelde veren had, waaronder primaire en secundaire veren die op dezelfde manier gerangschikt zijn als in moderne vogels, wordt Archaeopteryx als een vogel geclassificeerd. Maar het skelet van het dier heeft enkele reptielachtige kenmerken, zoals een gewervelde staart, geklauwde vingers en tanden. Het dier wordt daarom gezien als een schakel in de evolutionaire keten die aantoont dat vogels uit reptielen zijn geëvolueerd. In het algemeen wordt aangenomen dat vogels zijn voortgekomen uit een groep dinosauriërs die theropoda worden genoemd. Enkele kenmerken van deze theropoda zijn hun relatief kleine afmetingen, hun tweevoetigheid, hun lange en geklauwde achterpoten en de drie vingers aan de voorste ledematen. Daarnaast hebben enkele theropoda holle beenderen, terwijl enkele latere theropoda tandloos zijn, waardoor hun bek enigszins op een snavel lijkt.

Archaeopteryx - Een echte overgangsvorm?
Ondanks de overeenkomsten tussen theropoda en vogels bestaan er ook wezenlijke verschillen, die het idee van een voorouderlijke relatie krachtig tegenspreken. Op de eerste plaats zijn de theropoda zogenaamde saurischia, en geen ornithischia. Dat wil zeggen dat zij een bekken hebben dat karakteristiek is voor hagedissen, niet voor vogels. Dit is niet wat je zou verwachten. Bovendien hebben vogels en theropoda verschillende vingers in hun voorste ledematen (ook al hebben beide groepen slechts drie vingers in die ledematen): de theropoda hebben de eerste drie van de gebruikelijke vijf vingers, terwijl vogels de tweede tot en met de vierde hebben. Een heel belangrijk verschil is dat theropoda maar heel korte voorpoten hebben, ook al hebben ze lange en goed ontwikkelde achterpoten. Zulke korte ledematen kunnen nauwelijks gezien worden als geloofwaardige voorgangers van de uitgestrekte en goed ontwikkelde vleugelbeenderen van vogels (zoals archaeopteryx) die de vleugels moeten kunnen ondersteunen. De theropoda hebben geen sleutelbeenderen en dat is typisch voor rennende dieren. Deze beenderen zijn wel aanwezig in archaeopteryx en vormen het zo bekende vorkbeen (furcula) dat alle vogels hebben om de vleugels te ondersteunen. Tenslotte had archaeopteryx een aanzienlijk grotere hersenruimte; een weerspiegeling van de behoefte aan grotere zintuiglijke vermogens en een betere beheersing van de motoriek die nodig is om te kunnen vliegen.

Het moet opgemerkt worden dat vogels op een unieke manier zijn uitgerust om zuurstof door hun lichaam te circuleren. Er is een hoog metabolisme nodig om te kunnen vliegen. Maar er is geen enkele aanwijzing dat er ooit een reptielengroep is geweest dat een dergelijk systeem, of een mogelijke voorganger ervan, heeft gehad. Sterker nog, sommige wetenschappers concluderen dat het ademhalingssysteem van theropoda lijkt op dat van krokodilachtigen en dat een overgang van een dergelijk systeem naar het ademhalingssysteem van vogels een niet-levensvatbare fase zou moeten doorlopen.

Een ander belangrijk punt is dat de meest vogelachtige theropoda pas ontstonden tegen het einde van het Krijt, zo'n 70 miljoen jaar na archaeopteryx. Dit zoud dus geen voorouder kunnen zijn. Zij komen zelfs later om de hoek kijken dan de diverse vogelgroepen uit het Krijt die nog meer op de moderne vogel lijken dan op archaeopteryx.

De oorsprong van het vliegen op spierkracht is een ander probleem dat het vermelden waard is. Werden vleugels ontwikkeld omdat dieren uit bomen naar beneden gleden, of omdat zij snel over de grond renden? Er bestaat voor geen van beide enig overtuigend bewijs. Het bewijs dat we hebben lijkt zelfs in strijd met beide. Waar het om gaat is dat archaeopteryx een volledig ontwikkelde vliegende vogel was, geen tussenvorm van een glijdend of rennend wezen.

Archaeopteryx - Conclusie
Hoewel het misschien redelijk is om te concluderen dat archaeopteryx een soort tussenvorm was (in de zin dat het een vogel was met een handvol reptielachtige kenmerken), kan hij toch in fylogenetische termen niet als een overgangsvorm worden gezien. Net zoals geldt voor zo veel andere diersoorten, verschijnen de vogels plotseling in het fossielenbestand zonder enig duidelijk verband met eerdere wezens.

Leer meer!